Opvoeden van bijzondere honden

13 mei 2020

Ken het talent van je hond

Algemeen kunnen we stellen dat er 2 type honden zijn: gezelschapshonden en werkhonden. Of anders gezegd: er zijn honden die van nature het talent bezitten om in een gezin te leven en er zijn honden die vooral het talent hebben om te herderen, te jagen, te bewaken en zichzelf te beschermen. Deze laatste groep noemen we de werkhondenrassen. Het onderscheid tussen deze 2 typen bepaalt de intensiteit van de opvoeding, of beter gezegd: er zijn honden waarbij de opvoeding aandacht vraagt en er zijn er waar de opvoeding bijzondere aandacht nodig heeft.

De meeste hondenliefhebbers halen een hond in huis om een meerwaarde te creëren binnen het gezin. Men wil er een leuk gezinslid bij. Daar valt uiteraard niets over te zeggen, ware het niet dat er heel wat opvoedingswerk noodzakelijk is. En die opvoeding bestaat voornamelijk uit het voeden van de sociale talenten van je hond.

In deze blog wil ik het hebben over de bijzondere aandacht die werkhonden nodig hebben. De reden om een werkhond in huis te halen zijn zeer divers. Met sommige honden wordt aan hondensport gedaan, andere honden worden diensthonden. En nog anderen zijn populair vanwege hun uiterlijk. Een bepaald ras kan een echte hype worden, waardoor de populatie zich verspreidt als een olievlek. Deze honden zijn het slachtoffer van hun populariteit.

De rassen die we onder de categorie werkhonden plaatsen zijn:
 Border collie
 Australische herder en Cathledog
 Mechelse en Duitse herder
 Rottweiler, hovawart
 Engelse cocker en Engelse springer spaniël
 Duck tolling retriever
 Hongaarse Vizsla
 Amerikaanse – en Engelse stafford
 Spaanse – en Italiaanse waterhond
 Rhodesian ridgeback
 Maremmano, Anatolische herder (Kangal), berner sennenhond
 Shiba Inu, Basenji (oertype jachthonden)
 Dorpshonden – geen werkhond maar wel een bijzondere hond

Bezint eer ge begint

Als hondengedragsbegeleider merk ik een probleem op: nieuwe hondeneigenaren kennen vaak de talenten of het karakter van het ras dat ze kozen niet. Dit maakt dat ze niet het inzicht hebben dat hun hond geen gemiddeld type huishond is. Het sociaal contact verloopt daardoor stroef wat zowel voor de hond als voor de eigenaar stress en frustratie kan geven. De opvoeding wordt een strijd. Men ervaart problemen met bijtgedrag, moeilijkheden met alleen leren blijven en komen in een puppyblues terecht.

Iedere hond bezit het talent om met mensen om te kunnen gaan

Socialiseren betekent: leren communiceren met andere sociale wezens.
De meeste pups afkomstig van een hobbyfokker zijn reeds sociaal met andere honden en mensen. Biedt de fokker een veilige en vriendelijke omgeving, dan is er al een goede basis gelegd voor de socialisatie.
Werkhondenrassen bezitten dezelfde talenten als honden die onder de groep van de gezelschapshonden vallen (incl. die met milde werkhondenkwaliteiten). Maar als je talenten (genen) als zaadjes beschouwt, zijn er zaadjes die sneller kiemen en andere die moeilijker groeien. De hondeneigenaar heeft dan de taak van een tuinman, die zijn best doet om ook de moeilijk kiemende zaadjes voldoende zorg te geven, zodat die ook kunnen groeien. Dit betekent dat de verborgen talenten ook ontwikkeld moeten worden.
Zo een verborgen talent van een werkhond is sociaal gedrag t.o.v. mensen, meer bepaald het talent om met een groep mensen samen te kunnen leven. Meestal lukt het hen moeiteloos om één mens te leren vertrouwen en met hem samen te werken (hondentrainer, herder, jager). Maar hoe meer mensen in zijn omgeving, hoe meer aandacht er moet gaan naar de socialisatie.

Met veel liefde en geduld

Een tuinman cultiveert zijn tuin met liefde en geduld. Daar kunnen wij, hondeneigenaren iets van leren.
Ik merk dat vele hondeneigenaren te hard hun best gaan doen en (onbewust) proberen om de socialisatie van hun pup sneller tot ontwikkeling te laten komen dan mogelijk is. Men gaat het socialisatieproces forceren. Dit gebeurt door de pup veel aan te raken, te knuffelen, door te spelen… Zonder het te beseffen gaat men opvoeden vanuit het eigen perspectief en worden er onmiddellijk grenzen gesteld aan de pup. De opvoeding lijkt gelijk te staan aan het leren van gewenst gedrag en afleren van ongewenst gedrag.
Ook gaat men te snel met de pup op wandel en naar de hondenschool, brengt hem in drukke omstandigheden, enz. Al deze activiteiten zetten de talenten van sociale vaardigheden onder druk. Vanuit het perspectief van de tuinman betekent dit dat men planten sneller probeert te laten groeien door eraan te trekken. Uiteraard werkt dat niet. De tuin en de planten hebben zorg nodig. Bij de socialisatie van een pup is dat hetzelfde. Wanneer je de sociale vaardigheden wilt forceren, stimuleer je de talenten van de “wilde” hond – angst, agressie, jachtdriften. Een pup heeft zorg nodig. Een pup van een werkhondenras heeft extra zorg nodig, zorg doordrongen van liefde en geduld.

Eerst veiligheidsgevoel, dan vertrouwen en vervolgens vreugde

Het eerste wat een pup nodig heeft, zijn omstandigheden waarin hij zich veilig voelt. Hij moet zich geborgen voelen in zijn sociale groep en er zijn persoonlijke plaats kunnen innemen. Dit is een proces dat op het tempo van de pup dient te gebeuren. De hondeneigenaar hoeft enkel de comfortabele omstandigheden te creëren en een veilige schuilplaats te voorzien. De mensen dienen vooral passief aanwezig te zijn en de pup met rust te laten. Laat hem de omgeving verkennen, laat hem de mensen onderzoeken maar doe zelf niets. Doordat de pup zich veilig gaat voelen, zal hij ook letterlijk en figuurlijk tot rust komen en de tijd nemen om veel te rusten. Hij heeft eten, drinken, ruimte en rust nodig, meer niet. Je pup ontwikkelt vertrouwen in de omgeving, incl. in de mensen van zijn gezin.

Doordat het vertrouwen in de mensen groeit zullen zijn communicatiemiddelen extra geprikkeld worden. Je hond is van nature een sociaal dier, dus hij zal interactie starten. Bingo! We kunnen met hem praten. We kunnen voorzichtig enkele dingen beginnen doen.
Als je merkt dat de pup een open houding naar je aanneemt (hij nadert rustig, snuffelt aan je en kijkt je met zachte ogen aan) kun je hem voorzichtig onder de kin aaien en zo geleidelijk uitbreiden naar het lichaam van de pup. Van zodra hij je handen aankijkt, stop je met aaien. Zoniet loop je het risico dat hij naar je handen gaat happen.
Uiteindelijk zal de pup je uitnodigen om te spelen – spelboog (benoem het spel = “gaan we spelen”). Kijk welk spelletje hij leuk zou vinden. Zie de workshop hondentaal.

Meer en meer zullen de talenten van sociaal gedrag ontwikkelen, meer en meer wordt ook jouw bijzondere hond en echte gezinshond. Meer en meer zullen jullie samen vreugde ervaren en wordt je hond een echte meerwaarde voor het gezin.
*Misschien denk je, terwijl je dit leest: “allemaal goed, maar mijn hond is geen pup meer en zijn “wilde honden” talenten zijn al geprikkeld, wat kan ik daar mee”?
Je kunt altijd anders. Je kunt altijd opnieuw beginnen.

Opvoeden op het ritme van je hond

  • Sociaal gedrag is aangeboren maar moet met liefde en geduld ontwikkeld worden.
  • Geef een pup eerst de mogelijkheid om zich veilig te kunnen voelen door hem met rust te laten en voor hem te zorgen: eten geven, rust bieden, ruimte geven.
  • Wacht de uitnodiging van de pup af om met hem in interactie te gaan (aanraken, spelen, halsbandje aandoen, naar de publieke ruimte gaan). Kijk naar zijn gedrag bij het opzoeken van contact: hij snuffelt aan je, raakt je zacht aan, toont een spelboog, wil bij je zijn om te rusten, enz.
  • Voorkom ongewenst gedrag i.p.v. grenzen te stellen en te corrigeren.
  • Voorkom de ontwikkeling van de zaadjes van een wilde hond door de pup op zijn tempo tot ontwikkeling te laten komen.
  • Jouw taak is om de juiste omstandigheden te bieden voor je pup en hem te beschermen tegen overprikkeling.
  • Jouw pup heeft zorg en rust nodig – geen opvoeding en geen training.

Meer lezen?

Wenst u begeleiding of wilt u meer leren? Volg onze online workshops of contacteer Geert De Bolster: 0475437248.

0 Comments

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *