Je hond trainen of leiding geven? Word de leider van je hond
13 augustus 2019

‘Mijn hond luistert niet’

Mijn hond trekt aan de leiband, en ik krijg het probleem niet opgelost.
Mijn hond is afgeleid door de kleinste prikkel, en dan krijg ik geen contact meer met hem.
Als mijn hond een andere hond opmerkt, verlies ik de connectie met hem.
Als er bezoek komt, heb ik geen controle over het gedrag van mijn hond.
Mijn hond voelt zich eenzaam als ik hem alleen laat.

Herken je één of meerdere van die moeilijkheden? De oorzaken kunnen uiteenlopend zijn, en er zijn verschillende manieren om ermee om te gaan. Maar één ding is zeker: je hond heeft een sterke leider nodig. En dat is niet hetzelfde als een trainer.

Ontdek in dit artikel hoe jij je manier van leidinggeven kan verbeteren, om een sterke connectie op te bouwen met je hond.

Wat is leiding geven?

In tegenstelling tot hondentraining, waarbij je gedrag aanleert met beloning of straf, versterkt leiding geven de connectie tussen jou en je hond. Je begeleidt je hond, zodat hij steun ervaart en zich goed voelt bij de manier waarop jij met hem omgaat. Hij zal zijn aandacht automatisch meer op jou richten, in plaats van zich te laten beïnvloeden door andere dingen.

Geen leiderschap, geen controle

Een voorbeeld:

Stel, je bent met je hond alleen thuis. Je vraagt hem om even op je te wachten terwijl jij iets uit je auto haalt, die aan het huis geparkeerd staat. Je hond doet het perfect. In neutrale omstandigheden luistert hij ook prima als je hem roept. Mooi! Je hebt connectie met je hond, en hij kan zelfstandig op je wachten als je hem dat vraagt.

Maar… plots gaat de deurbel.

Onmiddellijk wordt je hond emotioneel. Hij begint te blaffen en rent naar de voordeur. Je roept hem, maar hij luistert niet. Je vraagt om te wachten, maar hij springt tegen je op, krabt aan de deur waar het bezoek door zal komen, en als de mensen binnenkomen springt hij hevig naar ze op. Jij probeert je hond tot bedaren te brengen, maar hij lijkt je niet te horen. Je hebt het gevoel dat je hond je negeert.

Deze situatie geeft jou een oncomfortabel gevoel, en je merkt bovendien dat je bezoek er ook allerlei gevoelens en gedachten bij heeft. Zowel je hond als je bezoek hebben invloed op jou, terwijl jij in deze situatie de controle en leiding zou moeten hebben.

Datzelfde patroon zien we in verschillende omstandigheden, zoals een hond die aan de lijn trekt, afgeleid is door andere honden, niet alleen kan blijven… Je krijgt geen vat op de situatie, en verliest de connectie met je hond. Je hebt het gevoel dat hij niet naar je luistert en dat je geen controle hebt.

Maar hoe pakt een goede leider het dan aan?

Een goede leider heeft invloed op de hond en de omgeving

Laten we even teruggaan naar het voorbeeld. Als jij op de juiste manier leiding geeft aan je hond, dan gaat het er helemaal anders aan toe:

Je hond raakt niet overprikkeld door de mogelijke komst van een bezoeker, maar richt zijn aandacht op jou. Hij kijkt hoe jij met de situatie omgaat, en als hij merkt dat jij alles onder controle hebt, komt hij onmiddellijk tot rust. Je hond luistert naar je, wordt niet overdreven opgewonden (behalve misschien een licht opgewekte reactie bij het geluid van de bel), en begroet het bezoek op een normale manier.

De rust die jij uitstraalt geeft ook je bezoek vertrouwen, waardoor ook zij naar je luisteren. Jij bent dus degene die de situatie controleert. Niet de hond. Niet het bezoek.

Leiding geven volgens de principes van de connectiemethode, werkt op dezelfde manier in alle omstandigheden waarbij je hond jouw leiding en steun nodig heeft.

Leiding geven begint bij jezelf

Leiding geven aan je hond, betekent dat je eerst de leiding moet nemen over jezelf. Bewust omgaan met jezelf, je hond en de omgeving is essentieel voor goed leiderschap.
Leiding geven volgens de connectiemethode gebeurt met de ingrediënten van mindfulness, en bestaat uit 5 factoren: vertrouwen, rust, duidelijkheid, concentratie en inzet.

1. Vertrouwen

Vertrouwen ontwikkel je door kennis op te doen en door je vaardigheden te oefenen.
Het is onmogelijk om in het heetst van de strijd iets te veranderen aan jouw manier van leiding geven. Het is in de eerste plaats belangrijk om inzicht te krijgen in waarom je hond doet wat hij doet, hoe je met hem kunt communiceren en wat leiding geven juist inhoudt.
Daarnaast is het goed om te weten hoe je de kennis in praktijk brengt. Wat kan je doen zodat je hond je communicatie begrijpt, en jou als leider ziet?

2. Rust

Leiding geven is een keuzehandeling. Het is belangrijk om je bewust te worden van je emoties, gevoelens, lichaamstaal en verbale taal. Wordt jouw communicatie gestuurd door emoties? Dan kan je geen leiding geven. Je hond aanvaardt in dat geval jouw leiderschap niet.
Een goede leider straalt rust uit, zowel met zijn houding als met zijn communicatie.

3. Duidelijkheid

Leiding geven doe je door duidelijk te communiceren. De manier waarop jij je gedraagt, en waarop jij communiceert, moet je hond stabiliteit geven. Onduidelijkheid maakt jou onvoorspelbaar, waardoor je hond nerveus wordt en geen vertrouwen heeft in jouw leiderschapskwaliteiten.

4. Concentratie

Om een betere leider te worden, zal je bestaande patronen moeten veranderen. En iedere verandering vraagt om concentratie. Zonder concentratie herval je immers snel weer in je oude manier van communiceren, waardoor je je hond niet goed kan begeleiden.

5. Inzet en moed

Kennis opdoen over leiding geven is nog maar het begin. Er is namelijk een groot verschil tussen weten hoe het moet, en het effectief doen. Leiding geven vraagt om moed en doorzettingsvermogen, gevoed met vriendelijkheid, mildheid en geduld naar jezelf toe.

Van zelfleiderschap naar leiding geven aan je hond

Eenmaal je de leiding hebt genomen over jezelf, zal je hond automatisch ook je leiderschap ervaren. Dan zal je zijn gevoel en zijn gedrag écht kunnen beïnvloeden.

Je hond zal je met veel vertrouwen volgen en zich veel minder (of zelfs niet meer) laten afleiden door omgevingsprikkels. Integendeel, je hond zal – net als jij – vertrouwen en rust uitstralen, waardoor hij invloed krijgt op de omgeving.

Dat is een heel ander resultaat dan wanneer je je hond probeert te ‘trainen’ door middel van beloning of straf.

De beste hondentraining is leiderschap

Kies je ervoor om je hond beloningsgericht te trainen, dan geef je in principe alle controle aan de hond. Je hond is namelijk enkel gemotiveerd om te gehoorzamen wanneer hij zin heeft in een beloning. Als hij afgeleid is door iets anders, en dus geen motivatie heeft voor de beloning, zal hij niet naar je luisteren. Jij verliest je invloed, en je hond krijgt invloed op jou.

Bij straf is dat precies hetzelfde. Als jij je hond straft om bepaald gedrag te onderdrukken, dan gehoorzaamt hij je alleen maar omdat hij bang is voor de straf. En dat is de verkeerde reden. Hij zal situaties vinden waarin hij aan de straf kan ontlopen (als jij er niet bent, of als de strafmiddelen niet aanwezig zijn), en hervallen in zijn oude gewoontes.

Bij de connectiemethode daarentegen, past de hond zijn gedrag aan uit eigen keuze, omdat jij hem leiding en steun biedt in moeilijke situaties. Je communiceert met je hond vanuit zijn standpunt, en biedt hem veiligheid en vertrouwen.

Op die manier creëer je een gelukkige hond, die jou op zijn beurt veel geluk en plezier zal bezorgen.

De Bolster Hondengedragsbegeleiding helpt je om de leider te worden van je hond.

0 Comments

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *